‘Liefde moet je niet consumeren, maar beantwoorden,’ zeg ik tegen de muzikant. We zitten in een nieuwe formatie aan tafel, nu in een cafe, om precies te zijn achter in het cafe, in het rookhol.
De volgende ochtend word ik wakker in een heel leuk huis, met Kuifje aan de muur. Het laatste wat ik me van de avond kan herinneren is dat je zei dat mijn rekening betaald was. En, daarvoor, dat we op onze telefoons naar allemaal leuke muziekjes zaten te luisteren. Naarmate er meer wijn vloeide mijn mond in, verdween mijn geheugen langzaam in het glas.
‘Wil je douchen?’ vraag jij.
‘Ja,’ antwoord ik.
‘Of wil je nog even blijven liggen?’
‘Ja,’ antwoord ik.
Voordat je weggaat slik ik mijn ‘Ik vond het gezellig’ snel in. In plaats daarvan omhels ik je met twee blote armen en geef je een kus op je mond. In de omhelzing probeer ik het gevoel van een paar bossen bloemen te leggen.
‘Je kunt de deur gewoon achter je dichttrekken,’ zeg jij.
In mijn blootje loop ik door de woning. Mooie kunst aan de muur, ik durf niks aan te raken want zelfs de troepjes op het aanrecht zien er georganiseerd uit, tot aan de omgevallen bloempotten op het balkon aan toe. Ik pak een sigaret en loop door de woning naar de achterdeur, die ik wagenwijd openzet. Dan terug naar de keuken, ik kijk in de keukenkastjes op zoek naar koffie. Ik zie wel koffie, maar hoe zet ik die? Ik zie kleine espressokopjes in de gootsteen staan, maar geen espresso-apparaat. Dan ontdek ik de perculator, vul die met water tot het schroefje, koffie erop. Dan nog een sigaret en nog een.
Dan op naar de badkamer. Er is wel doucheschuim, geen shampoo. Ik was daarom ook mijn haar met Man Care. Alleen een kam kan ik niet vinden. Daarom bij deze een oproep aan alle mannenhuishoudens: Schaf een kam aan voor die vrouw!
Nu probeer ik met mijn vingers zo goed mogelijk mijn warrige haardos te kammen. Daarna kleed ik me aan, trek mijn jas aan, schoenen, en loop de deur door, de zacht-zoete ochtendlucht in.
