‘Ik ben gelukkig!’ roep ik.
‘Je bent toch geen wasmiddelreclame?’ zegt de vriend.
We zitten weer met z’n allen aan tafel. Het is de namiddag na het feestje en ik heb op de een of andere manier het idee enof gevoel dat onze gesprekken heel gelaagd zijn.
‘Dit is kunst!’ roep ik.
‘Wat is liefde?’ vraagt de vriend. ‘Zure melk, het prutje van je bezoek in je doucheputje’, vindt hij zelf. Hij kletst maar door, ook als er even niemand lijkt te luisteren. Ik vind liefde vechten in negatief. ‘Soms zit de dood in een klein hoekje,’ zegt de vriend. ‘Geluk soms ook,’ vind ik. ‘Geluk moet je afdwingen,’ zegt de vriendin.
De andere vriend gaat op de bank liggen. Hij pakt een slaapzak en trekt die over zich heen. Hij kijkt schattig, alsof hij bij de gezelligheid wil zijn, terwijl hij ook een beetje moe begint te worden. ‘We slepen je wel door deze gezelligheid heen,’ zeggen wij bemoedigend vanaf de tafel.
Iedereen wil altijd op de bank. ‘Deze bank is ontworpen door een luie lezer,’ zegt de vriend. ‘Nooit wegdoen!’ roep ik. De vriendin gaat nu ook op de bank liggen en zet een praatprogramma aan, Rondom Eenzaam. ‘Zeg, hoe oud ben jij?’ vraag ik. Het geluid staat zo hard dat ik mijn eigen gedachten niet meer kan horen, laat staan de gedachten van de anderen. ‘Je lijkt wel een bejaarde.’ Ze zet ‘m iets zachter, maar niet veel. De vriend roept nu iets over ‘geriatrische kunst’. Ik moet hard lachen.
Ondertussen heeft de vriend het alweer over iets anders: ‘Grote hoeveelheden witte wijn met water…’ ‘Dat wil je?’ vraag ik. ‘Nee dat dronk Lou Reed.’
Die avond gaan we onverwacht naar een concert. Het is in zoverre onverwacht dat er een kaartje over is en dat ik ineens mee mag. Onze jassen stoppen we in een kluisje. Ik doe per ongeluk ook mijn telefoon in het kluisje. ‘Als ik ineens telefoonnood krijg haal ik hem er wel weer uit!’ roep ik tegen de vriendin.
Maar met zoveel gezelligheid om je heen heb je eigenlijk geen telefoonnood.
Dan bestellen we twee Brand-biertjes aan de bar. En daarna nog twee en zingen zelfs mee met de band, de vriendin in haar tijgerpak en ik met mijn laarsjes.
