Ik sta achter jou. Het maanlicht verlicht de contouren van je gezicht. Je bent knap, maar niet fotomodellenmooi. Het is iets in je blik. Je contouren (je uitdrukking) verraden je blik.
Je kijkt naar buiten en ik kijk naar jou. Je pak heb ik gisteren opgehaald bij de stomerij. Deze gelegenheid kwam wel onverwacht. Het was een kans die zich voordeed. Ik heb zelf mijn mooie jurk aangetrokken, voor de gelegenheid.
Zometeen gaan we. Ik weet niet precies hoe lang we moeten reizen. Ik denk een kwartiertje.
We worden zo opgehaald. Ik bespied je. Dit weet jij niet: Ik ben een spion! En jij bespiedt mij via de weerspiegeling in het raam. Dus jij bent ook een spion. Twee spionnen in het holst van de nacht.
Vol verwachting kijken we nu samen naar buiten, de straat in. Er is weinig verkeer, de auto zullen we herkennen. Hij zal stoppen voor onze woning. Ondertussen pakken wij onze tassen en lopen naar beneden, de trap af en de avond in.
Foto: Francis Broekhuijsen
