Even later word ik wakker van een erotische droom. Iets met een berg dooie paarden in een tamelijk kleine badkamer en nog iets maar dat hou ik voor me, zoals het een fatsoenlijk mens betaamt. Ik droom associatief. Associatief vind ik een heel mooi woord.
De zon brandt nu fel op mijn gezicht. Beschaamd kijk ik om me heen. Volgens Maks’ horloge is het tien over half vijf. Dat betekent dat ik toch zeker een uur geslapen heb. Mijn wangen zullen behoorlijk rood zijn, maar waarschijnlijk let niemand op mij. Mijn wangen zullen ook rood zijn door de zon. Als ik nu Mandy was pakte ik direct een spiegeltje uit mijn tas om te bekijken of en hoe erg ik verbrand ben. Maar ik ben Mandy niet. Ik ben Vieze Phil.
Maks zit nog steeds naast mij, mijn hoofd ligt op een trui. Hij, Maks dus, is nu verwikkeld in een gesprek. Ik lig verder nog steeds zoals net en verroer me niet.
‘Weet je,’ zegt hij zacht, ‘vroeger dacht ik nooit na. Maar nu ik wel nadenk wil ik er eigenlijk niks mee te maken hebben.’
‘Dat klinkt niet erg hoopvol,’ zegt Mandy. ‘De teloorgang van de wereld. Of de teloorgang van jouw wereld in jouw brein. Of de teloorgang van jouw innerlijke wereld.’
Ik hoor een rits en daarna een soort geschraap.
Uit Maks’ ‘hmmm’ kan ik niet precies opmaken wat hij bedoelt.
Er valt een stilte.
Daarna valt er nog een stilte.
Ik hoor het geruis van de bomen.
Uit Mandy’s’ ‘hmmm’ kan ik ook niet precies opmaken wat zij bedoelt.
‘Weet je,’ mompelt Mandy dan, ‘ik hoop op storm vannacht. Nee, onweer.’
‘Neon-weer?’ vraagt Maks.
‘Ja precies,’ zegt Mandy. ‘Dan doe ik alle gordijnen open en dan kijk ik naar de regen die van de ramen afglijdt.’
‘Deze hitte is niet te harden,’ zegt Maks.
‘Slaapt ze nog?’
‘Weet het niet, denk het wel.’
‘Maak jij haar wakker?’
‘Hmmm,’ hoor ik.
En daarna weer geritsel in het gras.
