Vieze Phil | 15 | Gewoon bang

We lopen terug naar het bootje. De consternatie verdwijnt met elke voetstap. Wus praat nu zachtjes tegen Mandy. Cupido is nog steeds niet terug en Maks loopt naast mij. Ik zeg niks en kijk naar de zonsondergang. Oranje en rood lopen mooi in elkaar over.

Dan draai ik me om. Ik zie een schuur. Die was er net toch nog niet?

Maks staat naast me.

‘Ik leef in een droom,’ zeg ik. ‘Wat doen al die mensen in die vogelpakken hier opeens?’

‘Ze houden de wacht,’ fluistert hij.

Ik open de deur zonder iets te zeggen.

Vanaf de bovenkant van de ruimte, dus vanuit de hoeken van het plafond, bezie ik de ruimte.

Tineke is in die ruimte en trekt haar Ieniemieniepakje uit. Ze lijkt me niet te zien en ik zweef rond, geluidloos als een roofvogel.

Dan zie ik dat er boven mijn hoofd een vide is. Op de vide ligt een matras met daarop een liggende gedaante. Als ik beter kijk zie ik dat jij het bent. Ieniemienie loopt naakt de trap op. Je slaat je deken open en trekt haar naar je toe.

Je trekt haar naakte lichaam naar je toe.

Als ik mijn ogen open kijk ik bijna instinctief naar mijn handen. Om mijn vingers zitten tien ringen met dierentuindieren. Om elke vinger een. Naast mij zitten Maks, Mandy en Wus. We zitten in het gras. Het schemert en die schuur zie ik niet meer.

‘Zijn we nu weer thuis?’ vraag ik.

‘Nee,’ zegt Wus. ‘We zijn bijna bij de boot.’

‘Jawel,’ zegt Mandy, ‘ze is thuis.’

‘Niet,’ zegt Wus.

‘Wel,’ zegt Mandy.

Stilte.

‘Kijk,’ zegt ze dan, ‘Het maakt eigenlijk niet uit waar ze is. Dit is haar wereld.’

Ik zeg niks. De droom, die wel / niet een droom was, zit nog in mijn hoofd.

‘Weet je,’ zeg ik tenslotte, ‘Ik ben vooral een romanticus die altijd moet rouwen om een verloren liefde. Het bindt me vast aan het verleden, heel vermoeiend is dat.’

‘Sommigen gaan misschien te snel voor de ander, of juist te langzaam,’ zegt Wus.

‘Is dat zo?’ vraag ik.

‘Ja,’ zegt Wus, ‘hij is lief, en dat dringt een week later dan eindelijk tot je door en dan, dan pas reageer je erop. Zo werkt het bij jou. En dan ben je soms te laat en denk je: Had ik maar.’

‘Ik denk dat er een spirituele oorlog in de mensen gaande is, van binnen,’ zegt Maks. ‘Sommigen leven in een jungle.’

Mandy knikt hartstochtelijk.

‘Volgens mij ben ik gewoon bang,’ zeg ik, ‘in een jungle of niet.’

‘Hoe kom je aan die ringen?’ vraagt Wus.

Ik kijk weer naar mijn handen en dan nog eens.

‘Geen idee,’ zeg ik.